Onze wijngaard ligt langs de Poorterijstraat in Aartrijke, op een plek die lokaal bekendstaat als de Poortershoek. Hier woont Thijs met zijn gezin, en het is op deze grond dat het verhaal van onze wijngaard verder vorm kreeg.
Achteraf bekeken bleek de locatie heel wat troeven te hebben. De wijngaard bevindt zich op een noordelijke uitloper van het Plateau van Wijnendale, een karakteristieke heuvelrug die zich uitstrekt van Aartrijke over Wijnendale tot Koekelare. Volgens één van de theorieën over de oorsprong van de naam "Wijnendale" zou hier vroeger zelfs wijn verbouwd zijn (P.L., 1845). Een mooie gedachte voor wie vandaag opnieuw druiven teelt in deze streek.
De nabijheid van de Noordzee bepaalt mee het karakter van onze wijngaard. Wind is hier bijna altijd aanwezig. Die voortdurende luchtcirculatie helpt de druiven gezond te houden terwijl de milde winters, gematigde zomers en vele zonuren zorgen voor gunstige omstandigheden voor de rijping van het fruit.
De sterke en aanhoudende polderwind is een vaste aanwezigheid op het Plateau van Wijnendale. Door de vorm van het landschap wordt de wind als het ware gebundeld en trekt hij met extra kracht over de wijngaard en doet onze wijnstokken scheefgroeien. Daarom snoeien we onze wijnstokken elke winter volgens de in Vlaanderen minder gebruikelijke "Cordon Simple"-methode.
Deze snoeivorm helpt ons niet alleen om de invloed van de wind beter op te vangen, maar ook om de krachtige groei van onze druivenrassen in goede banen te leiden. Zo creëren we een evenwichtige plantstructuur die de basis vormt voor gezonde druiven en kwaliteitsvolle wijn.
Ook de bodem speelt een belangrijke rol. Onder de wijnstokken vinden we een laag lemig zand, met daaronder dekzand en klei. Deze bodemstructuur zorgt voor een goede waterhuishouding en stimuleert de wortels om diep in de grond op zoek te gaan naar water en voedingsstoffen. Zo bleek de grond waarop Thijs woont niet alleen een thuis voor zijn gezin, maar ook de ideale voedingsbodem voor onze wijnranken.
Wanneer de lente aanbreekt, verschijnen rond maart de eerste knoppen aan de wijnstokken. Om de jonge scheuten te beschermen tegen mogelijke voorjaarsvorst houden we de bodem onder de ranken vrij en het gras tussen de rijen kort.
Tijdens de groeimaanden begeleiden we de wijnstokken zorgvuldig door scheuten te leiden, overtollige groei te verwijderen en de druiventrossen uit te dunnen. Naarmate de zomer vordert, beginnen de druiven te verkleuren en rijpen. Op dat moment beschermen we de trossen met netten tegen de vele vogels die graag mee van de oogst zouden genieten.
Vanaf midden augustus breekt een spannende periode aan. Wekelijks volgen we de rijping van de druiven op. Daarbij kijken we niet alleen naar de smaak en kleur van de druiven, maar meten we ook vier belangrijke rijpheidsparameters: de fenolische rijpheid, het suikergehalte, de zuurgraad en de samenstelling van de zuren. Pas wanneer deze factoren perfect in balans zijn, worden de druiven geoogst. Op het veld worden ze onmiddellijk gecontroleerd en geselecteerd, waarna ze hun weg vinden naar de cuverie. Daar begint het volgende hoofdstuk van hun reis: de omzetting van druif naar wijn.